“Ja Kim, als we rijk willen worden, moeten we toch echt een ander vak kiezen!” Geen
vergoelijkende smiley of ongemakkelijk haha’tje, niks. Einde mail. En daarmee waarschijnlijk ook
de jarenlange relatie met deze opdrachtgever, hoewel de persoon in kwestie pas vers is
aangesteld. Überkrappe budgetten, onderbetaling van freelance tekstschrijvers, drogredenen als
‘je vindt het toch léuk om te doen?’. Er is de laatste tijd al genoeg over gezegd en verwoed getikt
door collega-freelancers, stuk voor stuk herkenbare, tenenkrommende situaties, maar nu kreeg ik
‘m zelf voor mijn kiezen. Of ik zin had om een coververhaal te schrijven en oja, dit zijn de nieuwe
tarieven. Hee, grappig, het lijkt even of die eerste 5 van 550 is veranderd in een 4. Oh wacht, dat
is ook zo. Ogenschijnlijk as simple as that. Voor pakweg twee dagen werk. Moest ik dit nu
zomaar slikken als nieuwe werkelijkheid? Zonder weerwoord, zonder gesprek? Terwijl de inflatie
dusdanig door het dak knalt dat zelfs de lonen meestijgen? Paniek! Want ik weet: er zijn twee
smaken. 1. Vooroverbuigen, accepteren, stoppen met janken. Of 2. Rug rechten en rustig
reageren dat ik de opdracht tegen dit tarief niet kan aannemen, met het aanzienlijke risico dat
niemand mee veert en ik de opdrachtgever kwijtraak… tenzij ik mijn eigenwaarde volledig loslaat
en alsnog ‘oké’ prevel – brrr. Ik koos voor een tijdwinnende tussenweg en zei ‘toch wel te
schrikken van deze forse daling’. Strijder.
“Rijk willen worden…” Kijk, voor een deel begrijp ik best waar de karige vergoedingen vandaan
komen, qua teruglopende advertentie-inkomsten bliblabloe, al blijft het op z’n minst raadselachtig
dat types bovenaan die foodchain er vaak nooit een Audi minder om rijden. Daaraan kan mijn
contactpersoon ook weinig doen, die verdient zelf waarschijnlijk ook niet de hoofdprijs; ik shoot
dan ook nooit de messenger. Toch hoop ik blijkbaar dat die messenger me wel íets geeft. Het is
de toon die de muziek maakt. Schrijvende types zijn gevoelig voor taal, voor woorden, uit
ervaring weet ik dat enige tekst, uitleg of een virtuele aai over de bol verzachtend werkt, begrip
kweekt, milder maakt – niet per se een handige soft spot voor iemand die blijkbaar rijk wil
worden. Maar eerlijk is eerlijk: het scheelt als de ander ook laat merken dat het schuurt. Omdat
het blaadje of platform in kwestie gewoonweg niet zou bestaan zónder interviews of verhalen en
hij of zij me daarom het liefst driehonderd euro meer zou betalen, maar helaas aan handen en
voeten gebonden is. Je hoeft het niet eens te menen, zolang ik het maar niet merk. Het ‘rijk willen
worden’ is tegen het zere been en geeft me het gevoel dat ik ‘een jankende freelancer’ ben. Sja,
bestond er maar iets tússen rijk willen worden en rondkomen in, hm, wat zou dát toch kunnen
zijn…? Misschien – misschíen enigszins vergoed worden voor wat je maakt, verzint, creëert,
omdat een bosje veren in de bips niet de hypotheek betaalt? Ik neem de opdracht niet aan, maar
schuif de échte confrontatie toch nog even lafjes voor me uit. Wel bedank ik de messenger met
veel HAHAHA’tjes voor deze reactie, hij/zij/hen is en blijft een bron van inspiratie.


